Stap 1
Herkenning & identiteit
Als kind dacht ik dat het zo hoorde, hoe het bij ons thuis toeging. Het heeft heel lang geduurd voordat ik besefte dat er niet met mij, maar met mijn moeder iets aan de hand was.
Als kind dacht ik dat het zo hoorde, hoe het bij ons thuis toeging. Het heeft heel lang geduurd voordat ik besefte dat er niet met mij, maar met mijn moeder iets aan de hand was.
Waarom heeft de omgeving niet ingegrepen? Daar kan ik me nog steeds zo kwaad over maken!
Ik nam echt geen vrienden of vriendinnen mee naar huis. Ik schaamde me rot.
Bij thuiskomst checkte ik altijd eerst hoe de vlag erbij hing. Daar ben ik heel goed in geworden.
Ik heb geloof ik altijd wel geweten dat er iets niet klopte. Maar ik kon de vinger er niet opleggen. Nu begrijp ik dat mijn vader een persoonlijkheidsstoornis had.
Soms heb ik zo'n behoefte aan een moeder bij wie ik terecht kan, zeker nu ik zelf een kind krijg. Maar de mijne lijkt echt alleen maar aan zichzelf te denken.
Mijn moeder belde me zo vaak op. Ik kon daar niet meer tegen. Nu heb ik een geheim nummer, maar ik voel me daar wel schuldig over. Ik bel haar nu een keer per week zelf op.
IdentiteitAls je bent opgegroeid als kind van, is er meestal het een en ander misgegaan toen jij je identiteit aan het vormen was. Je ouders konden er niet altijd voor je zijn, je werd misschien verwaarloosd, gemanipuleerd of actief mishandeld.
Zulke gebeurtenissen laten sporen na. Soms weet je niet zo goed wat normaal gedrag eigenlijk is. Vaak is er een omkering van rollen ontstaan: je ging als kind voor je zieke ouder zorgen. En daarmee kon je je zelf niet op een gezonde manier ontwikkelen.