Brief aan mijzelf. 

Lieve jij, 

Voor als je weer een trui wilt kopen. Een grote, warme, zachte. Eentje die je koestert en omhuld als de knuffels die je miste. Het is niemands fout. En zeker niet de jouwe. Je was een schatje. Met klitten in je haren en roze wangen. Niks mis met jou. Te klein om het gat bij je ouders te vullen. Leren lachen over verdriet. Moeten doen om te mogen zijn. Altijd alert. Lieverd, je hebt genoeg gewerkt.

Leun achterover en neem adem. Je bent genoeg. Je bent nu groot. Je kan jezelf koesteren. Koop een trui als je dat wilt. Wees zo lief als je kan voor jezelf. En dan nog een beetje liever. 

Want alle tranen hoorden nooit op jouw bordje. Niet vermengd met Brinta, gehusseld door de cornflakes. Het is geen liefde als het je vleugels verlamt. Het is geen liefde als het voelt als een last. Die je neerdrukt terwijl je probeert te rennen en af te zetten.

Laat je vallen in het gras. Kijk naar de blauwe lucht. En rust. Weet, je bent al. Je bent al genoeg. Gooi alles wat niet van jou is af. Haal adem. En zet af. Heb lief. De wereld, alles wat leeft en vooral jezelf. 


Anne Klusman
XX