Ingezonden verhaal

Brief uit de toekomst

Lieve ik,

klein mens, stil maar zo scherp in alles wat je voelt.

Ik schrijf je vanuit de toekomst. Niet vanuit een perfect leven – dat bestaat niet. Maar wel vanuit een plek waar je veilig bent. Waar je niet alles in de gaten hoeft te houden. Waar het stil is, zonder dat die stilte dreigend is.


Het is december, jouw moeilijke maand. Je weet al op jonge leeftijd: lichtjes betekenen niet altijd warmte. Soms is de boom er wel, maar niemand kijkt ernaar. Soms is er eten, maar geen aandacht. Soms is er gewoon niets – en daar heb je woorden voor gemist.

Maar luister goed: er komt een tijd dat het anders wordt.
Je wordt ouder. Je vindt woorden. Je ontdekt mensen bij wie je je niet hoeft aan te passen. Je leert dat jouw gevoelens ertoe doen. En uiteindelijk leer je zelfs: je mag je eigen feestdagen vormgeven. Op jouw manier.


Ik weet dat je nu denkt dat je onzichtbaar moet zijn om veilig te blijven. Maar straks, in jouw eigen huis, staat er een stoel voor jou klaar. Je zit daar met een klein meisje dat op je lijkt, en een man die rustig blijft als jij even niet weet wat je voelt. Je bent niet alleen meer. En je hoeft het niet meer alleen te dragen.


Je bent nog steeds kind van, dat zal altijd zo blijven. Maar je bent ook moeder. En partner. En iemand die met kleine stapjes leert vertrouwen. Elk jaar een beetje meer. 

Je zult een kaars aansteken – niet om het verleden uit te wissen, maar om het zachtjes te verlichten. Je zult soep maken en de boom optuigen, soms met tegenzin, soms met plezier. 

Je zult je op een dag afvragen: wat geeft mij richting? Wat maakt mijn dagen waardevol?
En dan zul je voelen: dit.
Rust.
Ruimte.
En liefde die niet voorwaardelijk is.

Ik ben trots op je.
Niet omdat je het allemaal overwonnen hebt, maar omdat je bent blijven staan. En nu mag je gaan zitten. Eindelijk.


Met zachtheid,
je toekomstige zelf